Ethiek en de Vennootschappen: Rubriek economische Ontwikkeling
„L informele economie“ aan de hulp?
Ariane Lafrenière
De colporteurs die een ongelofelijke afwisseling goederen voorstellen, de landbouwers die hun perceel van aarde, vrouwen beheren, doend huishoudens in de gemakkelijke wijken en de kleine werkplaatsen die aan de kruisingen van de hoofdstraten worden geplaatst, zijn een integrerende onderdeel van het landschap van de ontwikkelingslanden in Afrika. Deze activiteiten zijn aan de basis zelf van wat l men l informele economie noemt, deze economie van voortbestaan die een breed deel van de bevolking bezet. De creativiteit en l innovatie waarvan bewijs de actoren van dit midden doen fascinent verschillende ervan die de kiemen d een nieuw ontwikkelingssoort er ontdekken.
Voor NGOs die zich op het Afrikaanse werelddeel inspannen, is de informele sector niet te ontwijken waarvan l belang zoals de economische motor n meer is te bewijzen. Hebbend definities die d afwisselen, een instantie aan een ander, hetzelfde d een land aan een ander, wordt deze economische sector over het algemeen als die beschouwd die de geoorloofde activiteiten aan l buitenkant die van het regelgevende kader hergroepeert worden uitgeoefend, dat per l Staat wordt opgelegd.
Niettemin voor verschillende, is het echte debat dat per l informele economie n niet wordt gelegd, de kenmerken te bepalen die hem schoon, maar eerder d vaststellen zijn als l informele economie de vereiste grondslagen bezit om betere vooruitzichten d toekomst aan te bieden aan zijn hoofdpersonen.
Rémy Hallegouet, nationale vertegenwoordiger van l Franse Vereniging van de Vrijwilligers van de Vooruitgang (AFVP) in Benin, bevestigt wat de talrijke statistische studies jusqu aan maintenent hebben onthuld, „in de landen waar j [Niger, Burkina Faso en Benin] heb gewerkt, de informele sector belangrijke frange van de beroepsbevolking bezet en l economie van deze landen elders d berust op deze sector“.
In een genoemd verslag decent Werk en informele economie, was het internationale Bureau van het Werk (ILO) wat hem betreft van mening dat „in de loop van deze ongeveer tien laatste jaren, het informele werk bijna 80 procent l niet- landbouwwerkgelegenheid, meer dan 60 procent l stadswerkgelegenheid en meer dan dan 90 procent van de nieuwe arbeidsplaatsen in Afrika“ heeft vertegenwoordigd. Dit verschijnsel is bijzonder zichtbaar in Afrika bezuiden de Sahara waar de verhouding l informele werkgelegenheid ten opzichte van l formele werkgelegenheid het wereldwijd belangrijkst is. „Dit is zonder de landbouwsector te tellen die bijna volledig deel van de informele sector uitmaakt maar die n niet in de nationale statistieken“ in de boeken op wordt genomen, Jacques B.Gélinas, de socioloog van Quebec en de auteur van talrijke werken toevoegen waarvan en als de Derde Wereld s autofinançait.
L informele economie is dus welvarend en wint voortdurend in populariteit bij de armste lagen van de maatschappij die voortdurend in inzameling betere levensomstandigheden en een werk zijn. Nochtans heeft de informele sector eveneens een meer sombere werkelijkheid, die van l gebruik, van de onzekerheid van de inkomsten, van de slechte voorwaarden van de arbeid, voor l ongezondheid, voor l onbeduidendheid van alle vormen d verzekeringen en voor l afwezigheid van syndicalisation. Globale Labour Institute, een instantie die de promotie van de internationale solidariteit van de vakbonden alsmede van de andere instanties van de burgerlijke vennootschap doet, wijst op qu door buiten de regelgevende kaders te bestaan, de informele sector n niet wordt bedekt door het arbeidsrecht.
Deze context doet van de informele sector een terrein alles die voor de ontwikkelingsprojecten wordt aangegeven, die door NGOs worden uitgewerkt. Dépendamment instanties aan l werk, lopen de doelen en de strategieën uiteen om ze eveneens te bereiken.
„De rol van NGOs is deel te nemen om een visie“ te geven
Jacques B.Gélinas beschrijft de programma's van sleutelontwikkeling in hand van bepaalde instanties, „een school bouwen, dat n helpt niet aan de ontwikkeling zolang de mensen ter plaatse in hand hun eigen ontwikkeling“ niet nemen. Voor deze vroegere ontwikkelingswerker, „de rol van NGOs is deel te nemen om een visie voor een alternatieve economie te geven. [
] men spreekt hier d coöperaties organiseren, maar ook d aan de mensen leren hoe hun economie beheren en om hun sparen“ te controleren. Volgens dit vooruitzicht, moet het werk van NGOs l „impowerment“ aansturen op, c is de plaatselijke bevolkingen te zeggen toe te laten om in hand hun eigen economie te nemen.
Aan het zuidoosten van Benin, in de departementen van l Ouémé en het Blad, heeft l Franse Vereniging van de Vrijwilligers van de Vooruitgang op touw gezet een landbouwontwikkelingsproject dat aanzienlijk in deze richting gaat. „De rol van l rust met l AFVP uit bestemd op dit project is d de landbouworganisaties en de producenten in de montage van hun financieringsdossier ondersteunen om hun productiecapaciteit te vergroten. Wij spelen eveneens een rol die d bemiddeling tussen de producenten en de instellingen van micro financiën (IMF) invoert“, leggen Rémy Hallegouet uit. In dit project, was het doel van l AFVP met de landbouwberoepsorganisaties voor qu te werken zij kunnen op hun beurt de landbouwers in hun methode bij IMF ondersteunen. Nochtans moest l NGO eveneens de agenten met krediet van de financiële instellingen gepaard gaan, „wij hebben rekening ons snel gemaakt dat IMF het landbouwmilieu slecht“ kenden, vertellen de vertegenwoordiger van l AFVP in Benin. Volgens hem was c een wezenlijke etappe „voor qu zij hebben het vereiste inzicht in de economische projecten qu zij moesten verwezenlijken“.
„Wij dachten eens qu de betrekking die tussen IMF en de organisaties van producenten is opgesteld, en die de eerste golf d toekenning en van vergoeding van kredieten met successen zou geëindigd" hebben, zetten zouden wij voort n meer behoefte hebben om deze rol d intermediaire te spelen“, hij. „Helaas, ten gevolge van de regelmatige overplaatsingen van de agenten van krediet van bepaalde instellingen van micro financiën, wordt l AFVP ertoe aangezet om deze steun en deze opleiding in l actie voort te zetten. “
Om concrete en duurzame resultaten met dit soort d initiatieven te verkrijgen, stuiten NGOs nog op het economische systeem huidig, zoals Jacques B.Gélinas zegt, „c is moeilijk en embûches, zijn erover er vol“. Deze projecten, die ten doel hebben aan de bevolking de mogelijkheid opnieuw te geven om te kiezen, gelden echter goed de straf ervan.